dichters met bagage

Wat een heerlijke middag met de dichtgroep Divers. De leden hebben in hun bundel ‘Wat we achterlieten’ hun samenwerking uitermate verzorgd weergegeven: de dichters hebben ieder hun favoriete foto van medelid Mariet Lems met een gedicht geillustreerd.

Het ontbreken

Is het vanwege
het ontbreken van een raam
een gedekte tafel
dat ik zoek naar het stripverhaal
achter de muren die de schilder
kleurde als een zomerhemel

Mis ik
een pagina die de geheimen
onthult van deze kamer
wie de mensen waren naar wie
ik mag raden in een spiegel
die niet terugkijkt

Laat daar
langs een leuning omhoog
of juist met beide benen
de vraagtekens mijn zicht uit lopen
laat alle voetsporen ontbreken
in een overdaad aan leegte.

Wout Joling

Kapok huilt uit het kussen

Te mistig is de ochtend. Geen dag
om misverstanden door te nemen.
Wat is een mens zonder herinnering?
Aanvaard en dwaal. Haal die nacht
vol sterren nogmaals boven.

Op deze boxspring wilde ze niet.
Ze zei
de geur van die ander gloeit er nog in.
Ze zei
het mag Life Style zijn, ’t zal me ’n worst wezen.
Ze zei
ook die negentig nachten proefslapen,
slaapadvies, slaapgarantie, good for you.

Over de drempel kwamen we niet.
Zij had liever een hangmat.

Verloren dromen van een romanticus.
Het dekbed krimpt naar het voeteneind.
Mijn aansteker ligt er nog. Koud.
Illusies vergaan op de houten stoel.

We hadden dorst maar dronken niet.

Frida Domacassé

Ontsnapping

Als de regen een zwart gordijn
om het huis trok, de aardappels stonken
van rot en straf van boven, de priester
net was vertrokken, dan nam ze
een prent uit de kast, rolde hem uit
op tafel, streek de plooien glad en
verdween

Ik keek hoe ze het deed, het licht –
blauw van lucht en zee golfde door de
nacht in haar blik, om haar mond
kwam iets te spelen dat soms ook mijn vader
maar verder nog, daaraan voorbij, daar
waar ook ik verdween, maar verder nog
verloren

Ik weet niet waar het is, hoe ik haar
aan mijn hand terug naar waar het
over kan

Regen ruist zich een zee, het schip
wiegt voor het raam, ik voeg mij
tot ik pas

Mariet Lems

H2O

het vlietende, vliedende, wassende, woelige, spelende, strelende,
zuigende, zwierige, plagende, pronkende, levende, lavende,
bezige, brekende, trekkende, talmende, kokende, kolkende,
rustige, razende, heilige, helende, gretige, grommende,
flirtende, falende, dodende, dalende,
morrende, malende,
nodige, nodige,
nodige

Edith de Gilde

Fairyhair

De moeder ontving haar kinderen niet onbevlekt
maar als vader zin kreeg moest het geslacht
wel eerst met wijwater gewassen.
Er kwamen goddelijke kinderen.

Het is geen prikkeldraad dat de wei onder stroom zet.
Er staat prikkeldraad om de boom met kaarsjes.
Opgehitst verlangen buigt en buigt aan ijzer
dat wijkt maar halsstarrig terug blijft komen.

Zijn haar golft van slag naar slag. Als gedroomd
schurkt hij tegen haar aan. Likwoorden glijden
de oren in, streelwoorden hemelen haar op.
Geen ster te hoog in het sprookje van de nacht.

Ver voorbij engeltjesmaker hel en gehuil van de banshee
zoekt hij nieuwsgierig naar bottende knopjes naar
het hart van het verlangen. Nachtdiep zicht verliest
de witte sluier aan zalige prikkels.

Wim Hartog

 

 

 

Meer foto’s van de middag (Conny Lahnstein) op Facebook.

Geef een reactie