Oktober 2015

Reuring oktober draaide om muziek – poëzie in muziek, muziek in poëzie, met vier heel verschillende mensen, muzikanten met literaire aspiraties. Of dichters met jaloersmakende kwaliteiten. We gingen de diepte in met een rustige Eef den Ouden die zijn alter-ego’s thuis had gelaten en tussen het publiek kwam staan. Het deed verlangen naar de sessies die we samen deden in de huiskamer, mijn stem in zijn soundscape of het vroege werk bij de kunst van vrienden en het atelier van toen.
Rob van der Plas hoorde ik Bernlef zingen in het dorpshuis in Sint Pancras. Toen hij erachter kwam dat Bernlef in ons dorp geboren was, fietste hij langs die plek en haalde de boeken uit de bibliotheek. Hij had hem hoog zitten nu, zei hij en zong zijn verrassend eigen interpretaties van de gedichten. Zo werden blauwwitte handdoekjes opeens niet alleen ‘verdrietig’ maar ook romantisch. Conny Lahnstein zong a cappella werk van haar lief, natuurdichter Elbert Gonggrijp, en vertelde waar de gedichten waren ontstaan en hoe muziek haar leven bepaalt. Ze zorgde bij mij voor associaties met rotsen, watervallen, kwetterende vogels en meisjes die aan lianen slingerend de vrijheid ingaan. Bijzonder Elbert te horen neuriën op de achtergrond.
Als uitsmijters de bijzonder getalenteerde Jan Willem Reitsma die wrange, cynische en uiterst vermakelijke liedjes schrijft waarbij hij zichzelf met trompet, piano, gitaar of een speelgoedpiano begeleidt, soms in het gezelschap van een kompaan zoals vandaag het geval was, een geconcentreerde Ron de Gruyl  met diverse percussie. Van een bankier die zijn miljoenen mist tot een tokkelende spinnenman, geurende Venusvliegenvallen en naar vrouwen lonkende percussionisten. En dat allemaal weer voor niets!

(als altijd een foto-impressie op de Facebooksite van Reuring)