maart 15, 2013

Gedicht van de Maand

Hans Tentije,
uit Gissingen, gebeurtenissen / Ergens onderweg
de Harmonie, 2012

 

V

De omtrekkende bewegingen van een witgevlekte schapedoes
waarmee hij zijn kudde bijeenhield, over de heuvels
verbeten voor zich uit dreef – op andere, minstens zulke heldere dagen
leken de einders in en ver achter zichzelf te verzinken

voorbij de bocht een lopende jakobsladder die balen stro
naar een schuurzolder zond en naast hun kruiwagens en bij elkaar geveegde
bladeren de roerloze, in grauwe overalls gestoken
gestalten van een paar gestichtsbewoners, de stelen van harken
en bezems omklemmend alsof ze een laatste
houvast boden, gebreide wollen mutsen, hun ogen
maar net aan vrijlatend

alle windstreken, de wegen naar al het vergeten
werden vanaf deze hoogte bestreken, korstmos, varens en steenbreek
puilden uit de vestingmuren, duiven koerden boven in
een van de hoektorens, voer voorverterend
in hun krop, daar, beneden mij, hing ongetwijfeld
wel weer ergens tussen de doornstruiken
een Christus dood te gaan, zonder veel kans op verrijzenis –

slenterend volgde ik de nog intacte stadswallen, raapte kastanjes
om ze op te wrijven, tot ze, als van binnenuit, diep
gingen glanzen, tot iemand ongemerkt naderde, haar waterkoude handen
voor mijn gezicht sloeg, vragend: wie ben ik?

en dat ik zo graag gewild had dat ik het antwoord wist

 

Vorige maanden