iets méér dan behaaglijk

WARM EN VROLIJK IN KOEKENBIER

Eigenlijk was er vorige week een ander plan. Een foto maken van Alja Spaan: in de sneeuw in de Alkmaarder Hout. Zó makkelijk gedaan, het zijn maar een paar stappen buiten de deur bij Koekenbier. Maar helaas hadden wind en regen anders beslist en dat idee smolt razendsnel weg…
In het oude horeca etablissement stond zaterdagmiddag 26 januari de klimaatregelaar nog op de stand ‘strenge vorst’, zodat het in de bovenzaal iets méér dan behaaglijk was. Maar niet de temperatuur, vooral de opkomst voor Reuring-Dichtdruk 3 was het die presentator Alja Spaan rode konen bezorgde. De menigte die de trappen beklom was vergelijkbaar met het recente jubileumfeest in Amsterdam bij Eijlders. Blijdschap en spanning tekenden zich af in haar gezicht.

Voor wie het nog niet eerder meemaakte: het was de derde aflevering van een project Dichtdruk, van de Bibliotheek Kennemerwaard en Grafisch Atelier Alkmaar, in samenwerking met het literaire podium Reuring, dat Alja maandelijks organiseert. In dit project zijn er 8 beeldende kunstenaars uit de regio geselecteerd, evenals 8 dichters van verschillend niveau. Ieder kwartaal wordt er een duo gepresenteerd met op elkaar geïnspireerd werk, dat in de bescheiden oplage van 40 exemplaren gereproduceerd wordt. Het kunnen uiteenlopende onderwerpen in hout- of linoleumsneden zijn. Ook de gedichten zijn in vaste of vrije vorm. Afgelopen zaterdag werd het derde duo gepresenteerd: Jules Kockelkoren (Haarlem) en Elly Stolwijk (Alkmaar). Er volgen nog 5 afleveringen tot de zomer van 2020.

Het Reuring gedeelte van de middag vond na de pauze plaats, waarin prozaïst Peter Prins (Amsterdam) de hoofdrol speelde, samen met dichters Azar Tishe en Elisa Lo-A-Njoe. Om alles nog gevarieerder te maken en het gesproken woord aangenaam te doseren was Arie van Egmond (Amsterdam) in het programma als zanger-muzikant.

Ik ken Arie eigenlijk vooral van zijn fascinatie voor Amsterdam waar hij gedegen onderzoek deed naar het verleden van pleinen en café’s (”Krakende Kroegen”) en zijn bescheiden optredens als dichter. Nieuwsgierig naar zijn muzikale kunnen merkte ik dat hij nog veel verborgen talenten heeft. Ik kreeg een stapeltje A4-tjes van hem om uit te delen, terwijl Alja spiedde naar het geschikte moment om haar welkom te spreken boven het geroezemoes en Arie zachtjes op zijn keyboard aan het warmlopen was. De blaadjes onthulden vijf eigen Nederlandse teksten van Arie op origineel Engelstalige topsongs en één geheel eigen werk. Vergelijkbaar met wat Jan Kal doet, maar tóch weer anders. Jan bepaalt zich tot Beatles songs en giet ze in sonnetvorm, Arie ging aan de slag met nummers van verschillende oorsprong en met de nodige vrijheid: vooral moet alles zingbaar zijn. Arie had 50 blaadjes geprint, ik kwam achterin 20 tekort, zo weten we nu precies dat de Parkzaal 70 liefhebbers trok.
En een oplossing voor Alja in de sneeuw werd toch nog door mij gevonden, misschien is kunst als achtergrond nog wél zo mooi.

 

Later meer… © John Zwart – 28.01.2019

 

 

Over beledigingen en bitterballen Pom Wolff.

 

REURING – TIGRIS EN EUFRAAT, OOK NOG WAT HAWAÏ

Azar Tishe kende ik al van het Amsterdamse OBA podium, zij is hier gekomen als Koerdische vluchteling – net als Baban Kirkuki die ik al langer uit Utrecht ken.
Azar’s Nederlandstalige werk draagt de duidelijke kenmerken van poëzie uit het Midden-Oosten, ook door haar manier van voordragen. Soms dicht zij nog in Kurdi en vertaalt zichzelf in het Nederlands. Ik betwijfel of er iemand was die haar eerste gedicht kon verstaan, maar zij kreeg veel bijval: zij klinkt prachtig. Natuurlijk gaan veel Nederlandse gedichten over ontheemd zijn, de 30 miljoen Koerden hebben immers geen eigen land. Over een niet met naam genoemde man óók, maar vooral over haarzelf: ”steeds verder van huis/ station Utrecht/ hoe verder hij ging/ des te langer werd zijn terugweg…”
”ik ben bang/ als de terugweg te moeilijk wordt/ als ik me omdraai/ mijn geliefden, zijn ze er nog?…”
De wind is een metafoor, de lente die komt.
”liefde die opgegeven was/ toch kwam/ jij komt samen met de lente/ wanneer je er niet bent heb ik het koud/ blijf bij mij…”

Peter Prins kwam als hoofdgast na de pauze. Hij kreeg relatief veel tijd en dat was ook nodig, proza is nu eenmaal lang niet zo compact als poëzie. Nadeel voor hem was die volle zaal, zó verhalen te lezen zonder microfoon valt niet mee. Daar moet je haast een acteur voor zijn, en heel goed articuleren. Het publiek was geduldig en stil, maar zelfs ik raakte hem soms kwijt als ik zijn mond niet zien kon.
Meestal moest je gissen waar zijn verhalen zich afspeelden door de beschrijving van de omgeving en de natuur. Soms kregen we een aanwijzing met coördinaten. Met mijn navigatie achtergrond lukte het dan wel om me voor te stellen wáár ongeveer op de wereldbol zich iets afspeelde – of dat opging voor de anderen betwijfel ik. Later begreep ik dat zijn inspiratie voor deze verhalenserie is voortgekomen uit een jonge liefde voor een Romaanse. Misschien was voor beter begrip dit essentiële informatie vooraf geweest, toch moeten verhalen ook op zichzelf staan, zonder toelichting met context. Peter presenteert zijn verhalenboek ‘Contouren voor Verderop’ in Perdu te Amsterdam op vrijdagmiddag 8 februari 16:00u.

Een opgewekte jonge vrouw met zwarte krullenbol en een ukelele betrad als laatste het podium: Elisa Lo-A-Njoe. Speels en vrolijk sloeg ze een paar akkoorden op het Hawaïaanse instrument en zong liedjes als een troubadour:
”Ik wil leven in het moment/ ik droomde dat ik kon vliegen en mijn konijn praten kon” / ”voor ik het besef is de dag al weg”/ ”ik stap over de drempel van de tijd, kijk in de spiegel en zing een liefdeslied voor mezelf”. Ze kreeg de hele zaal op de been en met de armen in de lucht.
Waren we al behaaglijk door de verwarming, toen ook warm vanbinnen gingen we naar huis!

© John Zwart – 29.01.2019

foto Marja Vleugel

 

Geef een reactie

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.