Dylan maakt Reuring

poster © Helle van Aardeberg

 

bijdragen:

het boekje (tekst Tom Willems, zet- & drukwerk Maarten Giltay Veth)

en alles over Dylan:
de Bob Dylan aantekeningen blogspot van Tom Willems

 

muziek van Bert van Baar en Bert Claasen
oa Desolation Row

 

Bob op een bruiloft

In de jaren ’80 van de vorige eeuw trok ik door Zuid-Amerika. Ik wilde zien of ik dat alleen zou redden, een riskante onderneming.
Zuid-Amerika is geen Lutjebroek, het kan er gevaarlijk zijn. Honduras is het meest linke land, de doden liggen er op straat, de regering
en de politie zijn corrupt en iedereen leeft naast zijn salaris in hoge mate van smeergeld en steekpenningen.
Maar goed, ik overleefde en wilde naar familie in New York ook zou ik daar Simon Vinkenoog ontmoeten, hij verbleef er aanvankelijk met schrijvers als Bernlef, Plomp, Renate Rubinstein en Remco Campert, de tournee is beschreven in het boekje Revolvers lijkt me overdreven van Hans Plomp.
Hij haalde mij op van het vliegveld in gezelschap van een uiterst obscure figuur in een ragged Mustang, een rood/zwarte Ford met roestplekken. Later bleek de man achter het stuur Gregory Corso te zijn, een beat-poet maar al aan de heroïne en niet zuinig ook.
We logeerden bij een schilderes die Rose Montgomery heette. Alle muren in haar kamer had ze beschilderd het leek een aquarium. Ze speelt een rol in de docu The Times Square Hotel.
Ik durfde de chauffeur en Simon niet voor te stellen aan mijn tante, waar ik zou uitrusten.

Na een uiterst sobere maaltijd, broodjes met worst, onthulde Simon, dat hij de volgende dag een verrassing had voor mij. Dat had Simon altijd voor vrienden en dit maal was het goed raak. Of ik een hoed bij mij had? Dat was noodzakelijk onthulde hij.
Die middag zwierven we nog wat door de stad, maar belandden uiteindelijk in een kosher restaurant The Rosemary, het bestaat niet meer.
Simon troonde me mee naar een tafeltje achterin waar een man alleen zat met een vriendelijk gezicht. Ik wist het in één oogopslag, dit is Bob Dylan, Robert Zimmerman, onze grote held uit de jaren’60. Hij had alles op z;n kop gezet. Net zoals zijn leven was geëxplodeerd na het lezen van On the Road, het beroemde boek van beatwriter Jack Kerouac. Dylan legde bloemen op zijn graf wist ik. Hij had gezegd dat zijn leven erdoor was veranderd.

Bob stelde zich kort voor als Zimmermann en Simon introduceerde mij als Karel Wasch a famous Dutch writer, he wrote a biography about Dylan Thomas. Dat was overigens niet helemaal waar, want het boek was nog niet af. Bob knikte en wees mij een stoel aan vlak naast hem. Hij had mooie ogen en een iets krakerige stem, die diep uit de krochten van zijn keel opwelde, verder zag hij er opvallend vitaal uit, een geheimagent of zoiets. ( Ik hoorde dat hij ooit van plan was een LP te maken getiteld: The secret Agent, de LP zou er nooit komen)Of hij zich vernoemd had naar Dylan Thomas? Hij glimlachte met een van die mysterieuze glimlachen van hem en vertelde dat dit helemaal niet waar was. De aangetrouwde familie Schwab had een oom geproduceerd, die altijd dronken was en Dylan heette, daar had hij zich naar vernoemd. Ik tolde want mijn familie van vaderskant had ook een Swaab-tak. Dus we zijn familie merkte hij lacherig op. Iedereen is familie zei ik, terwijl ik dacht er een wise crack tegenaan te moeten gooien .hij knikte en raakte mijn arm aan. Hij was trouwens op een prettige manier aanrakerig.
Er werden jiddische liederen gezongen en Bob zong mee, totaal vals. Jimi Hendrix zou eens zeggen dat hij verbaasd was een concert te zien van Bob Dylan waarin de zanger geen enkel nummer zuiver zong. Na een paar glazen koshere wijn durfde ik te vragen of hij de leden van The Band nog wel eens zag, de groep die opnames met hem had gemaakt en hem een tijdje begeleidde. “They drink too much!”zei hij kortaf. Dat was helaas maar al te waar bijna alle leden van deze prachtige groep stierven aan de drank. En ik kon nog vragen of Visions of Johanna inderdaad over de oma van Jan Cremer ging, Janna geheten. Ja dat klopte, hij vroeg naar Jan, ze zagen elkaar niet meer. Jammer vond hij dat. Cremer overigens vond dat helemaal niet erg, hij vond Dylan een stroeve megalomane man.
Waarom had hij nooit een song gemaakt over de moord op Kennedy? Hij antwoordde dat het te vers was en te verdrietig. Later zou hij Murder most Vaul uitbrengen een prachtig epos over de moord. Dat kwam dus door mij. Ik zei dat ik de take Drufters escape uit John Wesley Harding de mooiste track vond en vroeg meteen of het over hem ging. Maar terwijl de ruimte zich met lawaaierige lieden vulde, handig
op een afstand gehouden door Simon kwam er een soort antwoord. Alle Guru’s verdwijnen zoals ze gekomen zijn, daar gaat de song over en
hij lachte I’m no guru You see? Maar hij was wel uit de running geweest na het zogenaamde motorongeluk, of was hij in rehab geweest na teveel drugs. Het laatste waarschijnlijk, hij kon nauwelijks motor rijden. Maar daar konden we niet over praten, Dylan werd geheel in beslag genomen door een aantal vrienden en vriendinnen. Ik nam afscheid. It was nice meeting you, zei hij
Daarna zou ik hem nooit meer ontmoeten, alleen via zijn teksten, platen en een herinnering.

© Karel Wasch
gelezen door Alja Spaan

 

 

Probeer de verminkte wereld te bezingen

Probeer de verminkte wereld te bezingen.
Denk weer aan de lange junidagen,
aan de rozijnen, de druppels van de rosé.
Aan de distels die de verlaten erven
van ontheemden stelselmatig overwoekerden.

Je moet de verminkte wereld bezingen.
Je hebt sierlijke zeiljachten en schepen gezien,
een ervan had een lange reis voor de boeg,
een ander wachtte slechts het zoute niets.
Je hebt vluchtelingen gezien die nergens heen gingen,
beulen gehoord die een lied van vreugde zongen.

Je moet de verminkte wereld bezingen.
Denk aan de momenten waarop jullie samen
in de witte kamer waren en de vitrage bewoog.
Keer terug naar dat concert, toen de muziek losbrak.
In de herfst verzamelde je eikels in het park
en de bladeren wervelden boven de littekens
van de aarde.

Bezing de verminkte wereld
en het grijze veertje, dat een lijster heeft verloren,
en het zachte licht dat dwaalt en verdwijnt
en steeds terugkomt.

© Adam Zagajeweski (1945-2021)
Poolse dichter
Dit gedicht hing aan het hek van een kerk in Oudekerk aan de Amstel,
onderaan stond Ukraine 24-2-2022 –
misschien een in memoriam voor Aleksej Navalny

gelezen door Leonore Hatt

 

Ik beloof je mijn tijd
(Bob Dylan – Pledging my time)

Van vroeg in de ochtend
tot laat in de nacht
had ik giftige hoofdpijn,
maar ik houd mijn kracht.
Ik beloof je mijn tijd,
hoop ook op jouw terugkeer uit de strijd.

Te bedwelmd was de zwerver.
Hij kwam natuurlijk naar mij.
Had m’n liefje gestolen,
rolde mij graag erbij.
Maar ik beloof je mijn tijd,
hoop ook op jouw terugkeer uit de strijd.

Ga je niet met me mee, lief?
Ik breng je overal heen.
En als dat niet wil lukken,
zeg ik jou dat meteen.
Ik beloof je mijn tijd,
hoop ook op jouw terugkeer uit de strijd.

Wat een stoffige kamer…
Ik krijg nauwelijks lucht.
Iedereen weg, slechts wij twee hier.
Maar ik ga niet op de vlucht.
Ik beloof je mijn tijd,
hoop ook op jouw terugkeer uit de strijd.

Noodoproep: ‘Ziekenwagen!’
Eén moest mee, baar en kruk,
eén persoon ongeschonden.
Maar het was een ongeluk.
Nu bied ik mijn tijd
aan jou, ook heelhuids terug uit de strijd.

© Arie van Egmond

 

Simpele wending van het lot
(Bob Dylan – Simple twist of fate)

Het was een park dat hen samenklonk,
toen de zon in het zwart verzonk.
Ze keek hem aan: er schoot een vonk
door zijn lichaam heen.
Toen voelde hij zich alleen.
‘Was nou doorgelopen, zot!’
Hoopte op een simpele wending van het lot.

Zij gingen langs de oude gracht,
wat in de war (vaak aan teruggedacht),
stopten ergens waar werd overnacht.
Vreemd hotel vol neonlicht.
Duister heet trof het zijn gezicht,
als een goederentrein op schot,
zwenkend met een simpele wending van het lot.

Ergens ver klonk saxofoongepiep,
terwijl zij langs de speelhal liep
en iets in de schaduw licht herschiep.
In dát licht stond hij op.
Zij wierp een muntje in de kop
van een blinde bij die gokkersgrot
en vergat een simpele wending van het lot.

Hij was ontwaakt, de kamer stil.
Waar zou ze zijn? Hij zocht zijn bril.
Zei bij zichzelf: ‘Maakt geen verschil’,
schoof het raam eens flink omhoog,
maar hield het door gemis niet droog.
Hij dacht: ‘Waarom dan toch? Mijn god!’
Dit al bracht die simpele wending van het lot.

~.~.~.~.~

Hij hoort het tikken van de klok.
Met ooglap, papegaai en stok
jaagt hij op haar langs het havendok,
door zeelui gefrequenteerd.
Misschien dat zij hem tóch begeert?
Och, wanneer komt hij aan bod
voor een laatste simpele wending van het lot?

Mensen noemen het ongezond.
Té diep gevoel mist elke grond.
Ik houd geloof in onze bond,
maar het aards bestaan verglijdt.
Zij viel daarin op tijd
en ik te laat. Wat rot!
Wijt het aan een simpele wending van het lot…

© Arie van Egmond

 

Schat, ik volg je nou even niet 2.0
(Bob Dylan – Baby let me follow you down)

Schat, ik volg je nou even niet.
Schat, ik volg je nou even niet.
Meestal wil het kloppen, hoor, zoals jij dingen ziet,
maar hier volg ik het net even niet.

Zou de leeftijd ook kunnen zijn.
Zou de leeftijd ook kunnen zijn.
Er blijft zo af en toe wat minder hangen in m’n brein.
Dan klamp ik me wel vast aan ‘t refrein:

Schat, ik volg je nou even niet.
Schat, ik volg je nou even niet.
Meestal wil het kloppen, hoor, zoals jij dingen ziet,
maar hier volg ik het net even niet.

Jij praat net als Sven Kockelmann.
Jij praat net als Sven Kockelmann.
Steeds weer onderbreken voor ik echt iets zeggen kan.
Ja, jij praat net als Sven Kockelmann.

Jij trekt het gelijk naar je toe.
Jij trekt het gelijk naar je toe.
Ik ga er soms voorzichtig tegenin (en vraag niet hoe).
Toch trek jij je gelijk naar je toe.

Jij bent bijna Herman van Veen.
jij bent bijna Herman van Veen.
Wollig diepe paljas. Hoor ik liever tante Leen
dan zo’n harlekijnenkloon van Van Veen.

Denk dat ik het hier maar bij laat.
Denk dat ik het hier maar bij laat.
Ergens blijf ik hopen nog dat jij eens volgen gaat.
Nee, ik denk dat ik het hier maar bij laat.

Schat, ik volg je nou even niet.
Schat, ik volg je nou even niet.
Meestal wil het kloppen, hoor, zoals jij dingen ziet,
maar hier volg ik het net even niet.

© Arie van Egmond

 

Slag om het miljoen
(Bob Dylan & The Band – Million dollar bash)

Ja, die grote domme blonde met haar wiel plat gewalst,
en dan haar vriend Schildpad met al zijn cheques vervalst,
zijn wangen in één homp en zijn kaas bij de poen:
iedereen zal er zijn bij die slag om het miljoen.
Oeh schatje! Joepie! Oeh schatje! Joepie!
’t Is die slag om het miljoen.

Iedereen vanaf nu daarheen, en dan retour.
Hoe luider ze komen, des te harder kraakt de vloer.
Kom, mijn zoeteroompje, je moet het flitsend doen.
Wij allen gaan elkaar zien bij die slag om het miljoen.
Oeh schatje! Joepie! Oeh schatje! Joepie!
’t Is die slag om het miljoen.

Wel, mijn tipgever bracht ik naar de schuur helemaal.
Malle Nellie was daar, vertelde een sterk verhaal.
Daarna kwam Jansen langs, leegde de vullisbak toen.
Iedereen daalde af naar die slag om het miljoen.
Oeh schatje! Joepie! Oeh schatje! Joepie!
’t Is die slag om het miljoen.

Ik sla er te hard op, mijn steen kan het niet aan.
Wakker in de ochtend, maar te vroeg om op te staan.
Eerst hallo, tot ziens, dan onderuit in een plantsoen.
Maar wij allen gaan het redden bij die slag om het miljoen.
Oeh schatje! Joepie! Oeh schatje! joepie!
’t Is die slag om het miljoen.

Ik polste mijn horloge en ik vormde daarop
een flinke vuist en sloeg ermee mezelf voor de kop.
Stampte patatten tot menu van het seizoen.
Die puree droeg ik over aan de slag om het miljoen.
Oeh schatje! Joepie! Oeh schatje! joepie!
’t Is die slag om het miljoen.

© Arie van Egmond

 

onlogische volgordes

Nu we ouder zijn, blijven bepaalde gedachten langer hangen
terwijl herinneringen soms verdwijnen, handelingen

vertragen, spieren verstijven en al het overige verslapt. Als we
woedend worden, blijven we dat een halve dag

en bonkt ons hart gevaarlijk na en soms komt halverwege een
mooie droom datzelfde boze terug, er is niets

te relativeren, niets te delen ook want we kijken wel uit de ware
reden te vermelden. Deden we eerst iets af met een

vervaarlijk citaat uit het oeuvre van een held *, een vloek hardop
of een gemompel op de fiets dat natuurlijk geen

enkel effect had, nu zwaaien we wat met de vingers waarbij het
onduidelijk is welke we opsteken, we nemen

twee taartjes en krassen wat op papier en zien opeens weer de
scherven terug waarmee we in de tuin een boom raakten.

*

And I hope that you die
And your death will come soon

Masters of War, album The Freewheelin’ Bob Dylan

 

hogerhand

Er is alleen die stem die geruststelt, die uitgesteld eerst
ligt te wachten in zijn hard kartonnen doos waarop

met hanenpoten geschreven is alsof hij dat zelf gisteren
nog deed, met plakband zijn notities aan

elkaar bevestigd, met doorhalingen en vegen en sporen
van nicotine en veel gebeuk op de kleine zwarte

typemachine voor het raam, met meisjes op de armleuning
en vrienden onderuitgezakt op ribfluwelen banken,

met dichters tegen de deurpost geleund en collega’s
verveeld jaloers op de salontafels, de hotelkamers

vol van dwarrelende vellen waarop en zijn ogen die van
mijn broers of zonen, zo vreselijk bekend en

mij kennend dat nu alleen die stem mij rustig maakt en
de tekst mij troost zoals dit, zoals dit.

 

het gekrijs

We weten helemaal niets. Dat hij een waggeldansje
maakte en zijn hand in zijn zij zette,

niet wat hij toen dacht. Dat hij verrassend goed bij
stem was, ze kenden ook geen

betere mondharmonicaspeler ter wereld eigenlijk,
niet of hij ons zag. Hij zag ons waarschijnlijk

niet. Met een mutsje op en hoge kraag struinde hij
wellicht over de markt die het hotel

met mijn logeerplek verbond, in een droom komen
we elkaar daar tegen. Natuurlijk

zit hij even later aan tafel waar mijn lief de hoop
documenteert en ontrafelt. Dergelijke

gedachten zijn overbodig. In plaats van het volk
houden we elkaar zoet met deze handeling.

Maar hij had me vastgepind in deze herkenning: dat
ik uit het Noorden kwam en hem liefhad.

© Alja Spaan

 

 

Bobby Dylan and a Bottle of Whisky

The party’s almost done,
the guests have all gone home
or crashed on the couch.
No-one here but you and me,
Bobby Dylan and a bottle of whisky.

So, let’s see in the dawn.
Let’s see another golden sunrise
through the bottom of the glass.
Let’s drink and reminisce.

My skin feels the hours crawl by.
We laugh how the months have gone
and wonder how the years shot past
our youth, our bodies and our dreams
to Bobby Dylan and a bottle of whisky.

Remember those who didn’t make it ?
Who died of drink or took their lives.
Lost in transit, gave up on life.
We drink to them, but mostly to us.

Still there in the old armchair,
black cat sleeping on your knee.
Making the first toast to the morning
and may we stay forever young
With Bobby Dylan and a bottle of whisky.

© Jeremy Keighley

 

Geno

It was the Dexys with ‘Geno’
on the juke box that Easter holiday
memory says we were in the County
every night playing pool in the far end,
forgetting books and exams
drinking real ale in that solid
smoke-blackened stone pub near the river,
the A6 trunk road outside the door
we even met a man who really saw Geno Washington
supporting Hendrix way back when
at the Spalding Bulb Field Hall
complete with horn section and ‘Geno’ chant.

Now and then she came in,
I would try to get her to stay, but she rarely did
it was always her quick trip to the pub for a take away bottle of cider
or a box of matches,
she would shake her faded blonde curls,
smile her freckled dimples,
I once told her about cholesterol in eggs
when what I wanted to say was
‘I like you, stay and talk to me, please’
but a few weeks later I fell in love with someone else, moved on.

When I met her one day so many years later
further down that same river
her blue eyes dead,
something had snapped inside,
a ravished Ophelia,
away with the faeries,
yes, then I really had no words,
but wished only I could rewind the tape
to give us just an hour where everything was still possible
I could win at pool, she laughed at my jokes,
and Geno was on the juke box.

© Jeremy Keighley

 

 

met Jan Kal, 10 juni 2018, Wijngaardtuin Haarlem
foto © Pom Wolff

 

Oorlogsbazen II

Er is één angst die alles overstijgt:
de angst een kind te zetten hier op aard.
Dat je mijn ongeboren kind bedreigt
maakt je het bloed niet in je aders waard.

Ik spreek weer voor mijn beurt, heb je verklaard:
je wilt dat jong en onervaren zwijgt.
Maar één ding weet ik, hoewel niet bejaard,
dat je van Jezus nooit vergeving krijgt.

Of is vergeving soms te koop voor geld?
Wacht maar tot je ter aarde bent besteld:
je koopt voor al je geld je ziel niet terug.

Ik hoop maar dat je doodgaat, en liefst vlug.
Ik volg je kist in bleek namiddaglicht
en blijf tot hij gedaald is, en uit zicht.

Masters Of War
lyriek en muziek © Bob Dylan
geschreven 24 april 1963
uitgebracht op 27 mei 1963
The Freewheelin’Bob Dylan
hertaald 23 december 2007 © Jan Kal

 

Wat ben ik waard?

Wat ben ik waard als ik ben als de rest?
Als ik je kledingkeus geen oog verleen?
Als ik me afsluit voor je stil geween?
Als ik iets weet en het expres verpest?

Als ik iets zie maar wegkijk langs je heen?
Als ik me doof hou maar ik hoor het best?
Als ik je zacht hoor huilen in je nest?
Als ik er niets van oplos maar versteen?

Wat ben ik waard voor anderen en mij
als ik de kans krijg en ik kijk opzij?
Als ik niet uitzoek wat me uit het lood slaat?

Als ik alleen maar stomme dingen zeg?
Als ik verdriet zie maar ik lach het weg?
Als ik me omdraai als je stilaan doodgaat?

What Good Am I?
lyriek en muziek © Bob Dylan
geschreven 7 maart 1989
uitgebracht 19 september 1989
Oh Mercy
hertaald 20 november 2007 © Jan Kal

 

2007 en ’t is Pasen ook

In Ruigoord zet Hans Plomp nog steeds de toon.
Ik trad er op met Rikkert Zuiderveld
en Louis Lehmann, mijn aloude held.
Het leek de jaren zestig wel gewoon.

Van Rikkert kreeg ik – en ik stond versteld –
een kaartje voor Bob Dylan, in persoon.
Die avond zong hij ‘Like A Rolling Stone’,
pensioengerechtigd, maar niet uitgeteld.

Ons vielen verder ‘Highway 61′
(God said to Abraham: Kill me a son’)
en ‘All Along The Watchtower’ ten deel.

Bob had er zin in en deed ook nog ‘Chimes
Of Freedom’, en wel vijf van Modern Times.
Ons leven voelde als één groot geheel.

© Jan Kal, Amsterdam, 9 april 2007
uit de bundel Een dichter in mijn voorgeslacht, Nijgh & Van Ditmar, 2015

 

 

 

Mensenfluisteraar

Met mijn derde oor
hoor ik al vijftig jaar die stem
uit de coulissen van het levensdrama.

we hebben veel gemeen,
jij en ik en iedereen.
Je weet wel:
in de hemel is geen hel,
daarom hier maar even snel….

Commentaar op ons bestaan
van onder en van boven.
Het is niet te geloven:
domheid, hebzucht, macht.
Slechts een droom houdt ons in leven
in deze donkere nacht
van de ziel:
droom van liefde, humor, kracht.
Daardoor kan je blijven geven
in muziek en poëzie,
indringender dan preek of liturgie.

I wouldn’t change a thing,
even if I could.
Death is not the end,
It’s all good.’

© Hans Plomp
uit de bundel Als een zwerfkei, dichters over Dylan, Nijgh & Van Ditmar, 2015
gelezen door Alja Spaan

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.