
de bijdragen:


de polkadots uit de jaren ’60
selfie © Alja Spaan

met Jan Kal in Haarlem, 11 juni 2018
foto © Pom Wolff
Cuba-crisis
Mensen, een nacht bezing ik. Luister maar.
We weten allemaal nog waar we waren.
Ik doe het als een vriend, zonder misbaar.
Men ging de wereld nu verbeurd verklaren.
Ik liep toen op een stoep te navelstaren.
De radio sprak van extreem gevaar.
Russische schepen kwamen aangevaren.
De Derde Wereldoorlog leek nu daar.
Ik maakte me over een ruzie zorgen,
een kleinigheidje van een dag daarvoor,
maar eigenlijk was er niet heel veel mis.
En tot mijn opluchting drong gistermorgen
het keihard tot mijn stomme harses door
hoe onbelangrijk dat vandaag nog is.
Cuban Missile Crisis
lyriek: Bob Dylan
muziek: Bob Dylan
bootleg
New York, November 1962
© Jan Kal,
Amsterdam, 30 december 2007
opgenomen in Voor altijd jong, Bob Dylan herbezocht,
bundel Een dichter in mijn voorgeslacht, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam 2015
Bob Dylan Ahoy 2011
Zodra de Dylan-band begon te stampen
was het een feest om er weer bij te zijn.
De oude meester oogt als een rabbijn
die aan de Klaagmuur jammert over rampen.
Een gele hoed bekroont als zonneschijn
dit deinend mannetje onder de lampen
dat zich aan ’t orgeltje staat vast te klampen.
Zo wiebelt een matras op een fles wijn.
Juist, deze regel uit de eerste song
die Bob vanavond in de Maasstad zong
komt uit een hele oude pillendoos.
De stem van onze jeugd – ’t is bar en boos –
is heden zeventig en lijkt wat broos,
maar Robert Zimmerman blijft altijd jong.
© Jan Kal,
Rotterdam, 20 oktober 2011
opgenomen in Voor altijd jong, Bob Dylan herbezocht,
bundel Een dichter in mijn voorgeslacht, Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam 2015
Over Jan Kal
Het interview met Thomas Heerma van Voss in
De prullenman heeft veel plezier aan mij, Schrijversportretten, toen en nu,
Das Mag Uitgevers, augustus 2025

1.
Ik ben vanochtend opgestaan met de anderen in mijn hoofd.
Nog voor ik een eerste slok koffie tot mij kon nemen dacht ik
aan de man die al ruim dertig jaar iedere dag na zijn werk
Blonde On Blonde draait. Daarna volgde de rest.
Ik dacht aan de dichter die huilde toen hij voor het eerst “A
Hard Rain’s A-Gonna Fall” hoorde omdat hij zich realiseerde
dat de fakkel was doorgegeven.
Ik dacht aan de jongen die na de aankondiging van Tell Tale
Signs auto’s ging wassen om het benodigde geld voor
aanschaf bij elkaar te krijgen.
Ik dacht aan de jongeman die in 1965 “Like A Rolling Stone”
voor het eerst op de radio hoorde en dacht dat er nooit een
eind aan kwam.
Ik dacht aan de vrouw die voor haar eigen verjaardag een
plaatje bij de radio aanvroeg – “I Want You” – omdat niemand
anders dat voor haar deed.
Ik dacht aan de zoon wiens moeder een plaatje bij diezelfde
radiozender aanvroeg, maar in dit geval draaide de
radiomaker het verkeerde plaatje: “Hurricane” terwijl de
moeder toch echt om “Mr. Tambourine Man” had gevraagd.
Ik dacht aan de man die niet naar “Most Of The Time” kan
luisteren zonder geëmotioneerd te raken, maar zijn tranen
dan weg slikt.
En aan zijn dochter dacht ik. Zijn dochter die hem begrijpt
omdat ze weet waar het vandaan komt. Omdat ze het ook
voelt, maar niet slikt.
Ik dacht aan de twee oudere dames in soepjurken, de
handtassen tegen de borst gedrukt, in de Heineken Music
Hall, die genoten.
Ik dacht aan de leraar Engels die een heel jaar lang aan het
eind van iedere les het eerste album van Traveling Wilburys
draaide terwijl de leerlingen huiswerk maakten.
Ik dacht aan de man wiens oren het hebben begeven, maar
die nog altijd naar de muziek in zijn hoofd luistert.
Ik dacht aan de Highway 61 dochters die allemaal op de foto
moesten (en hun trotse vaders en moeders).
Ik dacht aan de eigenaren van Café Wha? En The Gaslight en
al die andere tenten.
Ik dacht aan de vroege koffiedrinkers die de komiek in de
muzikant hebben gezien.
Ik dacht aan de bussen die de muzikant van stad naar stad
reden, jaar in jaar uit. En aan de chauffeurs die voor het einde
van de encores de motoren al weer warm lieten draaien.
Ik dacht aan de vrouw op haar hurken gezeten in het
gangpad van Ahoy, juni 1998, een exemplaar van Writings
And Drawings opengeslagen op haar schoot terwijl
“Desolation Row” door de hal schalde. Ik denk veel aan deze
vrouw, al heb ik haar nooit gesproken.
Ik dacht aan de dokter, de advocaat en het opperhoofd die
geen onderdeel zijn van een mop, maar van een lied.
Ik dacht aan de bakvis in Dont Look Back die haar droom zag
uitkomen.
Ik vooral aan die bakvis.
We willen allemaal onze dromen zien uitkomen.
Happy Birthday Mister D. *
*deze aantekening werd eerder gepubliceerd op de blogspot
Bob Dylan In Nederland
de blogs van Tom Willems zijn niet meer te bereiken
2.
Mister D.
Verlang je ooit terug naar de dagen waarin de doordachte
folk nog botste met de beat van de tienerbandjes?
Verlang je ooit terug naar de dagen van Hard Rain, de dagen
waarin het vuur uit je ogen schoot tijdens “Idiot Wind”?
Verlang je ooit terug naar de basket houses waar je voor een
appel en een ei de longen uit je lijf blies op je
mondharmonica?
Verlang je ooit terug Holy! Holy! Holy!, naar de dagen waarin
Ginsberg nog koning was?
Verlang je ooit terug naar de God die zijn hand op je schouder
legde?
Verlang je ooit terug naar de samenwerking met Tom Wilson,
Victoria Spivey of Robert Hunter?
Verlang je ooit terug naar de eerste dagen van MTV en de
noodzaak om iedere klank ook in beeld te vangen?
Verlang je ooit terug naar het schrijven van “Mr. Tambourine
Man”, “Ain’t Talkin” of “You’re Gonna Make Me Lonesome
When You Go”?
Verlang je ooit terug naar de tijd waarin Hank Williams
vanuit de Grand Ole Opry de ether in geslingerd werd?
Verlang je ooit terug – het lijkt me sterk, maar ik vraag het
toch – naar die taxirit door Londen, 1966, met John Lennon en
dat misselijke gevoel dat je voor de camera van Pennebaker
wegslikte?
Verlang je ooit terug naar de concerten waarbij G.E. Smith
naast je op het podium stond?
Verlang je ooit terug naar het idee dat morgen alles beter zal
gaan?
Verlang je ooit terug naar de danspasjes, de gitaarsolo’s
bestaande uit twee, drie tonen of de stem van Joan Baez in je
rechteroor?
Verlang je ooit terug naar Hibbing?
De Harley die onder je kont vandaan gleed?
De persconferenties waarbij iedereen een vraag had, maar
niemand een serieus antwoord leek te verwachten?
Verlang je ooit terug naar de witte make-up op je wangen, de
bloemen in de rand van je hoed en het uitschreeuwen van de
eerste regels van “Isis” terwijl je je polsen kruiste naast de
Microfoon?
Verlang je ooit terug naar struinen door de straten van New
York, vol dromen en niemand ie je herkent?
Dat moeten heerlijke dagen zijn geweest, nog wild van
verlangen en barstensvol geldingsdrang. Of denk ik te
romantisch?
Verlang je ooit terug naar de hond Hamlet, snurkend op de
betonnen grond van Big Pink terwijl jij en de mannen de ene
na de andere song de ramen uit, de tuin in speelden?
Of heette die hond Homer?
Het was in ieder geval iets met een H.
Verlang je ooit terug naar Tarantula en de jaren dat niemand
het had gelezen en iedereen er naar uitkeek?
Verlang je ooit terug naar Cisco an’ Sonny an’ Leadbelly too?
Verlang je ooit terug naar “Judas!”?
Niemand verlangt terug naar die gek die zijn mond niet kon
houden – 17 mei 1966.
Niemand verlangt terug naar de bevooroordeelde geesten, de
idioten en de eisers.
Niemand verlangt terug naar die paar seconden.
Niemand verlangt terug naar dat ene moment dat iedereen
gehoord heeft.
Niemand kan “Judas!” horen zonder verontwaardigd te zijn.
Niemand.
Ik schaam mij voor die gek.
Ik schaam mij omdat ik ook niet altijd gelukkig ben met wat
ik hoor.
Ik schaam mij.
Maar roepen zal ik niet.
© Tom Willems
uit Bob Dylan, 16 ansichtkaarten, 2016
Over Tom Willems

Tom Willems, tekst, Maarten Giltay Veth, zet-& drukwerk
(beperkte oplage)
www.debobdylanaantekeningen.blogspot.com
https://bobdylaninnederland.blogspot.com/
www.yowza-yowza.blogspot.com
(de blogs van Tom zijn niet meer bereikbaar)
zie ook Een ander zelfportret
de Bobcast VPRO
Alja Spaan

Eindeloze tournee
Hij staat er weer
niet omdat het moet
maar omdat stoppen
geen vorm heeft gekregen.
De zalen veranderen
namen van steden vervagen
maar het podium blijft
hetzelfde vlak
waar iets moet gebeuren
dat hijzelf niet wil begrijpen.
Dylan komt op
hij loopt eenkamer binnen
waar hij al 1000keer is geweest
die toch weer anders is.
Nummers verschuiven van vorm
woorden vallen anders
melodieën buigen af
worden stoffig, sleets,
tijdens het spelen.
Hij kijkt zelden het
publiek in
zoals andere artiesten.
Niet uit afstand
omdat hij zoekend is
naar andere teksten, die
anders moeten klinken.
De tournee heeft geen begin meer
alleen een verleden dat
zich opstapelt
in avonden
in rood
in vergeten hotels, bij felle lichten.
(Put that laser blade somewhere else)
Waarom in Godsnaam hij blijft gaan
blijft komen
is geen vraag, die gesteld wordt.
Misschien omdat stilstand
hem zou vastleggen
in één versie van zichzelf.
Misschien wel omdat
elk optreden
een poging is
een lied te vinden
dat niet binnen bereik is,
en dat nooit zal zijn.
Of omdat de weg zelf
het enige is dat klopt
de beweging
het steeds opnieuw beginnen
zonder iets af te sluiten.
Hij speelt niet om
terug te keren
maar om niet
te hoeven blijven.
Ergens tussen twee regels
die verschuiven
die niet eindigen zolang
hij doorgaat:
Will the real God please stand??

Is je liefde loos?
(Bob Dylan – Is your love in vain?)
Heb je mij lief of toon je slechts wat welwillendheid?
Ben ik half zo erg nodig als jij zegt of voel je louter spijt?
Vaker afgebrand weet ik heus de stand, maak ik niets met klagen broos.
Lukt het mij jou te vertrouwen… of is je liefde loos?
Kun je in je haast niet merken dat ik m’n dagen eenzaam vul?
Waarom dring jij binnen als ik me in het duister hul?
Weet jij van mijn wereld? Van mijn aard? Vraag je uitleg, extra close?
Krijg ik tijd mezelf te zijn… of is je liefde loos?
‘k Heb de berg beklommen met harde tegenwind,
in ’t geluk gestort, en eruit gegooid,
met vorsten gedineerd, gevleugeld gelanceerd…
Maar onder de indruk? Nooit.
Nou vooruit, ik neem de gok: ik word verliefd op jou.
In een gekke bui geef ik jou de nacht, ja zelfs de ochtenddauw.
Kun je koken? Naaien? Vingers groen? Lijkt m’n pijn je niet te voos?
Durf jij voor alles de waagschaal aan… of is je liefde loos?
Kun je koken? Naaien? Vingers groen? Lijkt m’n pijn je niet te voos?
Durf jij voor alles de waagschaal aan… of is je liefde loos?
© Arie van Egmond
Je bent nu een grote meid
(Bob Dylan – You’re a big girl now)
Onze conversatie was kort geluk,
bracht me bijna prettig van mijn stuk.
In de regen sta ik weer. Ooh!
Waar jij woont hou je ’t droog.
Daar was al veel gedijd.
Je bent nu een grote meid.
Vogel in de verte zit op zijn gemak.
Hij zingt zijn lied voor mij, uit eigen zak.
Als die vogel ben ik ook. Ooh!
Ik zing alleen voor jou.
Hoop’lijk vang je mijn lied,
het gezang door dit verdriet.
Tijd is een jager, die snel verglijdt.
Zijn we wat we deelden in schaamte kwijt?
Dit kan keren, heus. Ooh!
Zie wat jij kunt doen.
Ik ga vol daarvoor.
Jij komt vast ook door.
Liefde is simpel, zoals wordt beweerd.
Jij wist altijd al wat hier nog moest geleerd.
Oh, ik weet je wel te vinden. Ooh!
Bij iemand anders thuis.
’t Is de prijs die ik betaal.
Grote meid hoor. Helemaal.
Een omslag in het weer krijgt alles soms verwaaid.
Maar waartoe dienen paarden al dravend gedraaid?
Ik word nu écht stapelgek. Ooh!
Pijn die wegtrekt, dan weer zwelt
in het hart dat kwijnend knelt
sinds de min lijkt uitgeteld.
© Arie van Egmond
Als je ‘r treft, groet haar van mij
(Bob Dylan – If you see her, say hello)
Als je ‘r treft, groet haar van mij. Ja, Tanger trekt een kluit.
Zij ging vroeg in ’t voorjaar weg, en woont daar naar verluidt.
Zeg haar maar: het gaat mij goed (wel ietwat afgeschaald).
Denkt ze dat ik haar vergeten ben? Verzwijg dan: ‘nou, niet bepaald’.
Wij hadden trammelant. De liefde brengt vaak strijd.
En het beeld van haar adieu die nacht verlamt me nog altijd.
Maar toch, hoezeer dit scheiden me in het hart ook raakt,
zij houdt er haar kamer warm: dat Vuur nooit uitgemaakt.
Kom jij in nauw contact? Kus haar eens voor mij.
Ik had steeds respect voor haar om wat ze zoal deed, vanbinnen vrij.
Oh, wat haar daar mag verrukken zal mij niet tegenstaan,
al verbittert nog de nasmaak van de nacht dat ik ‘r bad om niet te gaan.
Ik zie wel massa’s mensen, op mijn vaste pad.
En ik hoor haar naam hier en daar op mijn reis van stad naar stad.
Nee, ik zal het nooit gewoon zijn, ik zet alles ‘in de wacht’
(óf ik raak sentimenteel of ánders boterzacht).
Bij schemer, gele maan, herleef ik onze tijd.
Scènes, in mijn hart gegrift, ontvluchten vergetelheid.
Mocht ze deze kant op gaan, langs ’t welbekende spoor,
zeg haar, als ze ’n gaatje ziet: mijn deur staat open, hoor.
© Arie van Egmond
Luipaardprint pillendooshoed
(Bob Dylan – Leopard-skin pill-box hat)
Hé, ik zie, je hebt je nieuwe luipaardprint pillendooshoed.
Ja, ik zie, je hebt je nieuwe luipaardprint pillendooshoed.
Maar zeg me nou ‘s, lieverd, wat zoiets met je hoofd eronder doet,
zo’n nieuwe luipaardprint pillendooshoed.
Wel, hij staat je echt prachtig, schat, zal ik er ’s op springen voor de gein?
Ja, ik wil gewoon zien of het een ding van waarde blijkt te zijn.
Want hij wiebelt op je hoofd zoals een matras kan wiebelen op een flesje wijn,
je nieuwe luipaardprint pillendooshoed.
Als je de zon wilt op zien komen, lief, dan weet ik wel wáár.
We gaan een keer naar buiten, samen zitten staren, zonneklaar.
Ik met die band om m’n knar gedraaid, en jij zit simpelweg daar,
met je nieuwe luipaardprint pillendooshoed.
Ik vroeg m’n arts of ik jou mocht zien, hij zei: ‘Je welzijn raakt dan in ’t slop’.
Tegen ’t advies in zocht ik jou, maar botste weer tegen de dokter op.
Het valse spel kon ik wel dragen, maar zeker niet dat deksel op z’n kop:
jouw nieuwe luipaardprint pillendoosdop.
Hé, ik zie, je hebt een verse, mij thans geheel nog onbekende vrind.
Ik zag je met ‘m vozen, de garagedeur stond nog open, lief kind.
Je denkt dat hij ’t om je geld doet, maar wat hij aan jou ‘t meest bemint
is je nieuwe pillendooshoed met luipaardprint.
© Arie van Egmond
Wopke van der Lei kwam met covers
Adieu Angelina van Nana Mouskouri
(Farewell, Angelina)
Mr. Tambourine Man van Melanie en The Byrds
(Mr. Tambourine Man)
Bert van Baar & Bert Claasen speelden
One More Cup of Coffee
A Hard Rain’s A-Gonna Fall
Forgetful Heart
Girl from the North Country
She Belongs to Me
Things Have Changed
Blind Willie McTell

foto © Margot Bierman
