de digitale versie van de Reuring op 28 maart

 

Hans Franse
zou zeker de volgende gedichten hebben voorgedragen:

DRESDEN februari 1945

De rivier sliep licht
samen met haar slapende stad.
Toen plots kwamen ze in zwermen
vanachter de bergen
en vlogen over de rivier :
honderden boze hoornaars.
Hun dof gebrom
trilde de stad angstig wakker,
hun vlammen brandden gaten
in torens en muren.
Om het vuur te weerstaan
sprong men massaal in het water
in doodsnood en gillende angst.
De Elbe werd wanhopig:
zij kon met haar mantel
van water het leed niet weerstaan,
niemand beschermen,
stroomde onvermijdelijk verder
als vermoeide doodbloedende rivier.
Een enkel dood kind nam ze mee,
het zachtjes bedekkend
met een wade van water
om het ergens onbestemd
en gehavend neer te leggen
waar later in het jaar
de vruchtbomen uitbundig
en overvloedig zouden bloeien.
Achter haar stortte de stad in,
overblijfselen van
wat eens mensen waren,
een zee van mensen,
werd verbrand, tussen
het gloeiend puin.
Er waren geen graven genoeg,
het glas en het plaveisel
smolten ineens, zei een oude man
die mij gisteren die plek liet zien
om het vandaag levend te houden.

(c) Hans Franse, Dresden, 4 oktober 2019

 

BIJ HET GRAF VAN MIJN ENIGE ZUS 1925-1981

Ik weet niet of je hier gelukkig was
in dit land van honderd jaar geleden
waar melk en honing mateloos zouden vloeien
in menselijke voorspoed en onmenselijk geluk.
Hij die ons bevrijdde
zette jou daarentegen vast
in de kerker van zijn charme en
samen bouwden jullie aan een onveilig huis.
Er was nooit heimwee, zei je,
behalve op sommige dagen
als de late lente doorbrak of
er even iets gebeurde ,
de bijen bloemen bevruchtten
en koeien spartelend in de weide
verse melk gaven tot de uier weer leeg was,
het land verlaten en de bijen
zich verborgen onder de was
van de schuilplaats en de
vergetelheid toesloeg .

(c) Hans Franse, Sydney Forks, Cape Breton Island, 16 juni 2019

 

THE LAST POST
bij het graf van mijn zwager

Omdat je dronken werd
als de kogels van eens, een leven geleden,
weer om je oren vlogen
soms als je mondorgel speelde
op een zomeravond
wanneer drank had gevloeid.
Je probeerde dan te zingen
you are my sunshine, you make me happy
when times are low….
maar het klonk schor en de alcoholwalm
vormde met de herinnering
een barrière, waarna je zweeg :
die stilte was huiveringwekkend.

Oude soldaat, die ons bevrijdde ,
maar mijn zus opsloot in de kerker van je hart
als oorlogsbuit en haar ontvoerde,
hier lig je dus begraven
in dit luisterrijke stukje stilte
vlakbij het meer, jouw meer ,
vlakbij de cabin die je eigenhandig bouwde
en voor jou tot een bezield wezen werd.
Je praatte ertegen
als de oorlog in je hoofd weer begon.

Ik kon aanvankelijk je steen niet vinden
bedekt met het gras van een leven geleden,
maar in een zonnige hoek las ik je naam
op een steen en toegevoegd: at rest.
Bij je begrafenis werd ‘the last post’ geblazen
op een blikkerige trompet,
de veteranen salueerden ontroerd maar stram
en er werd op de fiddle gespeeld, dat was het dan,
een heel leven samengevat, maar zij was er niet bij.
Zij lag al elders onder vreedzaam gras, at rest.
Op je grafsteen zie ik een poppy
en een teken van je regiment:
je nachtmerries laten je zelfs na je dood niet met rust .

(c) Hans Franse, Ironville, Cape Breton Island 22 juni 2019

 

Het werk van Are Meijer

TWEEDRADIG

Bewegen door dit landschap gaat moeizaam.
Met elke stap zak je verder weg.
De klei grijpt je vast bij de enkels:
een klem die je dwingt je voeten af te bijten.
En dan dat huilen, dat huilen naar de maan.

De stompen die achterblijven dalen af in de modder.
Grijs water, grijs bloed dat langzaamaan helder wordt.
En kijk in de spiegel, daar sta je, spiernaakt!
Waar wil je naartoe? Wat wil je vertellen?
Met het hart op de tong en je tong in zeven bochten.

Je gestamel voldoet niet. Dit is jouw taal niet meer:
je bent immers weggegaan, weggeslopen, bent stiekem weggekropen.
Nu moet je kruipen om je oorsprong te vinden.

Maar je evenbeeld spuugt kil op de grond,
kuiert weg en vervaagt in de schemer:
een vreemde die je nooit achterhaalt.

(c) Are Meijer

 

29 MANIEREN

Opgestaan, het bed dichtgeslagen,
de gordijnen geopend, een boterham gesmeerd,
luchtdicht verpakt, mijn jas aangetrokken,
de rits omhoog en weggefietst,
de mist zien optrekken, me langzaam
in de dag laten zakken, de boterham
half opgegeten, de verleiding weerstaan
terug te keren, een tekst overwogen,
een snelweg overgestoken,
een vogel weg zien vliegen, stilgehouden,
mijn fiets tegen een hek gezet,
de ogen gesloten, eenden horen kwaken,
een ring van mijn vinger getrokken,
in gedachten gewroet, mijn geld geteld,
een haar uit mijn hoofd gerukt,
steentjes over het water gekeild,
passanten gegroet, de bus voorbij
zien komen, op de grond gespuugd,
een besluit genomen, een punt gezet.

(c) Are Meijer

 

GRAND CANYON

hij poetst de bentley elke ochtend
met microfiber washandschoenen
steeds van boven naar beneden

loopt elke ochtend langs de borders
geeft water en verlucht de wortels
verwijdert schadelijk ongedierte

vist ’s middags blaadjes uit het zwembad
vult minibars (ook bij het zwembad)
of vult ze aan en haalt de post op

als met de bentley is gereden
dan poetst hij nog een keer de bentley
ook nu van boven naar beneden

hij droomt wel eens van de grand canyon
om daar te zijn eens in zijn leven

maar wie, berispte hem zijn baas,
zal dan de plantjes water geven

(c) Are Meijer

Conny Lahnstein

ZE BEGINT GEWOON ERGENS

Van oud naar nieuw en luistert
of zij haar eigen ontwikkeling hoort
of er kraaien krijsen
In het gele korenland

Vertwijfeld tuurt ze in het donkere water,
dwingt haar haren tot een torenhoge
knoet. Liefdesverdriet valt niet te delen.
Naakt en ongenaakbaar tart zij haar lot.

Het zilt bijt uit tot op haar ziel, kan hem
niet vergeven. Ze baarde zijn dochter.
Misdaad is haar erfdeel. De kentering
kwam, gered door haar innerlijk weten.

Ze moest diep gaan. Het opende de
volgende variant aan de overkant.

(c) Conny Lahnstein, 21 februari 2020



ZAPPEN

Ik droomde van je, zei ze, we zouden
om klokslag 3 onzichtbaar worden. Ze
verwees me naar haar bed om tijd te
winnen en ging kinderen leren wandelen.

Het is nooit te laat om oplossingen te
vinden voor angsten en eenzaamheid,
zei ze. Je moet vragen anders wordt je
overgeslagen. De deuren luisteren niet.

We lopen langs het pad, er komt geen
eind aan als je niet kijkt, zei hij. Loze
gedachten schieten als paddenstoelen
uit de grond. Zij wil ze omschoppen.

Hij heeft de helft van
haar hart geroofd.

(c) Conny Lahnstein, 7 oktober 2019

 

Renate Spierdijk had de handen op elkaar gekregen. Kleine, fijne liedjes en een mooie stem!


OUDE EIK

Oude wortels dragen sterk
het krakend hout
de schubbige bast
het leed dat verzacht
in ringen van weten

en in zijn knoesten
van omarmen
wringt het hout in verweer
tot stilaan groter
sterker en zoveel meer

van wortels tot blad
drinkt hij van moeder Aarde
reikt tot aan de hemel
maakt zich groot
en beseft zijn waarde

zijn takken mogen breken
zijn bladeren vergaan
zijn knoesten mogen wegen
zijn bast in kreukels staan

er is geen beter of best
het leven geeft
tot het zich moet laten
en er niets dan sterven rest

(c) Renate Spierdijk

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.